Vorig weekend was het dan eindelijk carnaval. De waterpret kon tot zijn hoogtepunt komen. Ik ben vrijdagochtend naar Oruro vertrokken. Door het jaar is er in Oruro niets te zien. Het moet zo ongeveer de meest saaie stad van heel Bolivia zijn. Maar eens per jaar wordt de hoofdstraat omgetoverd tot het toneel van het tweede grootste carnaval in Zuid-Amerika. Tribunes worden in elkaar getimmerd, vlaggetjes worden opgehangen, waterballonnen worden gevuld. Allen daar heen dus.
Zo ook ik. Vrijdagochtend moest ik om acht uur 's ochtends aan de terminal zijn om de bus te nemen naar Oruro. Komt me daar toch geen micro aangetufd zeker. Nu moeten jullie weten, micro's zijn de stadsbusjes hier. Het zijn Aziatische afdankertjes waarvan ze de motor zodanig hebben bewerkt dat ze de berg opkunnen. Tegen tien per uur weliswaar. En het confort is werkelijk nul. Ikke dus die bus op samen met een hoop toeristen en hun grote trekrugzakken. Het was eigenlijk wel grappig om te zien. Net sardientjes in een blik.
De afstand Sucre-Oruro overbrug je normaal in 9 uur. Wij hebben het gedaan in 14 uur. Maar wel lol gehad. Aangekomen in Oruro (naast de saaiste ook de lelijkste stad in Bolivia) werden we naar onze slaapplaats gebracht. We bleken te overnachten in een kamer die toen we aankwamen volzat met rokende en drinkende rugzaktoeristen/hippies. Buiten hen was de kamer leeg. Dat werd dus slapen op de grond. Spijtig genoeg had Silke (zotte Brugse uit Potosí) geen slaapzak meegebracht. Bwa, geen probleem dachten wij. Dat lossen we wel op. We hebben onze spullen gedumpt en zijn de sfeer gaan opsnuiven. Wat inhoudt dat we eerst belachelijk zijn gemaakt door een Boliviaans theatergezelschap, daarna zijn volgespoten met schuim om tot slot op straat te gaan dansen met een paar zeer vurige Chilenen. Feest!
Oruro is naast de saaiste en de lelijkste ook een van de koudste steden van Bolivia. Daar lagen we dan te bibberen met ons tweeën, met al onze kleren aan maar niets om ons mee toe te dekken. Nooit zo'n kou gehad. We hebben geen oog dicht gedaan.
De volgende ochtend was het dan carnaval. Gehuld in pocho zijn we richting feeststraat getrokken om de stoet te bekijken. Zeer schoon weeral. Prachtige kostuums, mooie dansen, enthousiaste mensen, gigantische fanfares en ongelooflijk veel water. Ook wij hebben het wederom niet droog gehouden. 's Avonds hebben we dan de bus terug naar Sucre genomen. Want Oruro was nog maar het begin van de carnavalspret.
Mijn familie viert ieder jaar carnaval in Padilla, een rustig dorpje op drie uur van Sucre. Na Oruro ben ik dus naar daar gegaan. Om twaalf uur 's nachts ben ik er aangekomen, om onmiddelijk in een of andere carnavalsfuif te belanden. En als de Bolivianen fuiven, dan dansen ze. Zonder ophouden. Zo ook ik dus. Om half vier lagen we in ons bed. Ik was stikop. Maar het ergste moest nog komen.
Mijn zussen zaten dit jaar in de organisatie van hun comparsa. Da's een soort van carnavalsvereniging. Deze comparsas dansen van 's ochtends tot 's avonds door de straten. En ik moest meedansen. Ondertussen wordt er de nodige alcohol reconsumeerd. Leche de tigre, melk met alcohol, en chicha, een drank op basis van mais, zijn tipisch voor carnaval. Ook typisch is natuurlijk het natmaken van de dansers. En aangezien ik een van de enige buitenlanders was in dat dorpje was ik het ideale doelwit. Kletsnat was ik. Hadden ze me in een zwembad gegooid, ik was niet natter geweest. Maar leute! Tegen een uur of acht ben ik dan naar ons hotel gegaan om mij om te kleden. Ik heb me op mijn bed gelegd om even te rusten en ik ben niet meer wakker geworden tot de volgend ochtend acht uur.
De volgende dag was het meer van hetzelfde, maar het weer was wat minder en de fut was er bij de meesten een beetje uit. 's Avonds was er nog een feestje voor onze groep en bij deze was carnaval anno 2009 ook alweer afgesloten. Maar het was plezant. Zeer plezant.
Voor de rest is alles cava hier. Ik kan nog altijd zeer goed overweg met mijn familie. Ik ben blij dat ik veranderd ben, wat nu zie ik eens hoe het er in een iets traditioneler Boliviaans gezin aan toe gaat. Luis, mijn pa, is echt een haan die over zijn kippen waakt. Marialus is de echtgenote die haar man in alles steunt en die haar dochters aanmaant respect te hebben voor hun vader en zich te gedragen als fatsoenlijke jongedames. Hoe de buitenwereld naar hen kijkt lijkt belangrijk voor deze familie.
Nu ik bij de Delgado's zit heb ik kennis gemaakt met zo ongeveer alle lagen van de Boliviaanse samenleving. De Delgado's behoren tot de zeer rijke hogere klasse. Ik denk niet dat er veel families in Bolivia zijn die zich kunnen veroorloven wat zij zich kunnen verooloven. De Ampuero's behoren ook tot de rijkere klasses. Maar dan toch een paar tredes lager als de familie waar ik nu in zit. Dan heb je ook nog mijn vrienden de studenten, die op koten zitten die wij als berghok of garage zouden gebruiken. Ze zijn niet arm, verre van. Zij behoren tot een soort van middeklasse. En dan zijn er natuurlijk ook de armen. De straatkinderen die het mobiele schooltje bereikt. De talloze mensen van de het platteland. Zij vormen een zeer groot deel van deze samenleving. Een voor mij als westerling in een rijk gezin minder goed zichtbaar deel, maar ze zijn er wel, en als het verkiezingen zijn dan laten ze hun stem horen.
Maar feit blijft dat de kloof tussen arm en rijk groot is. En dat dat waarschijnlijk nog lang zo zal blijven. Qua politiek staat dit land jaren achter op de westerse landen. Maar ook qua moraal. De manier waarop mijn ouders hun dochters hier opvoeden, die is bij ons al lang voorbijgestreefd. Bolivianen kijken op naar het westen, naar Europa en naar de VS. En ze kunnen inderdaad ook wel wat leren van ons. Maar wij ook van hen. Bolivia is nog puur. De mensen zijn gastvrij en warm, zeker als je meer naar het zuiden gaat. Ze houden van hun tradities, zoals het carnaval.
Bolivianen hebben een je m'en fous over zich, vind ik. Het kan ze niet schelen of ze te laat komen, of er een deuk in hun auto staat en of het brood wel vers is. Ze leven bij de dag, en voor sommigen is er ook geen andere keus. Vakanties worden plots gepland en als het vliegtuig niet opstijgt om wille van de regen, wel dan wachten we toch een dag of twee. Onder de middag worden er dutjes gedaan en bij feestelijkheden wordt er gedansd tot de blaren op de voeten staan. Bolivianen zijn ook oppervlakkig en vaak liever lui dan moe. Ze discussiëren uren zonder tot een compromis te komen, maar voor hen werkt het. Bolivianen zijn ook een beetje foetelaars. Ze proberen gratis binnen ter geraken op optredens, roven drank op feestjes en partijen en zetten de toeristen af. Maar dat is allemaal deel van hun systeem, en niemand neemt het hen kwalijk.
Bolivianen laten zich meenemen door het ritme van hun leven. En ik laat me nu al meer dan een half jaar meenemen door het rimte van de Bolivianen. En het bevalt me zeer.
un beso
vrijdag 27 februari 2009
dinsdag 17 februari 2009
Familie en meer van dat leuks
Delgado is de naam van mijn nieuwe familie. Da's Spaans voor slank. En mijn zussen zijn dan ook stuk voor stuk prachtige meisjes. Zowel vanbinnen als vanbuiten. Van oud naar jong heten ze Lis, Mariely, Anais, Alejandra en Daniella. Het heeft mij 4 volle dagen gekost om hun namen vanbuiten te leren, maar ondertussen kan ik ze toch wel uit elkaar houden. Mijn pa heet Luis, is burgerlijk ingenieur en heeft een constructiebedrijfje waarin ongeveer 60 man tewerk is gesteld. Mijn ma, Marialus, is huisvrouw. Zij probeert dit gibberende nest vrouwen een beetje in goede banen te leiden.
Waar de Ampuro's meer als een soort van hotel vol pension waren, heeft deze familie mij meteen opgenomen. Ik word overal in betrokken en mijn zussen sleuren mij van hot naar her. Dat brengt ook wel met zich mee dat ik mij aan de familieregels moet houden. Op tijd thuis zijn dus, niet te laat uitgaan, niet te veel drinken en altijd laten weten waar je bent. Het koud zweet brak me een beetje uit toen Lis me vertelde dat ik maar 1 keer in de maand mocht uitgaan. Maar mijn pa blijkt voor rede vatbaar, met als gevolg dat ik dit weekend toch weer vrijdag én zaterdag ben uitgeweest.
Vrijdag is Silke (meisje van Potosí) aangekomen, want 's avonds speelde een groepje vrienden van haar in het openluchttheater hier in Sucre. Cumbia spelen ze. Da's een muziekgenre dat hier geweldig populair is bij de jeugd. Het optreden van de jongens viel wel mee. Maar na hen volgde een Argentijnse groep, en dat was toch wel andere koek. Die mannen hadden een hele band bij, inclusief trompetist, saksofonist, accordeonspeler en meer van dat leuks. En aangezien wij ons geprofileerd hadden als groupies van de vorige band, mochten wij het hele concert van op het podium gadeslaan. Leute!
Zaterdag was mijn oma jarig. Allen naar het feest dus. We kregen pikante kip en tong op ons bord (ik heb het nu niet over de vis) en als nagerecht was er een lekkere taart met flan en koek. 's Avonds zijn we dan met mijn zusjes naar de disco gegaan. Maar niet voordat we ons compleet hadden opgemaakt natuurlijk. Om negen uur is Lis begonnen iedereen te schminken, om elf uur konden we eindelijk de deur uit. Ik zag er uit als een of andere bimbo, maar de rest vond het blijkbaar wel geslaagd. Foto's volgen later, beloofd.
Volgend weekend zal het ook feesten worden. Dan is het namelijk carnaval. Eerst ga ik met Silke naar Oruro, wat een gigantisch feest moet worden, en na Oruro ga ik onmiddelijk door naar Padilla, een klein dorpje waar mijn familie ieder jaar gaat feesten. En als ik mijn zussen moet geloven dan is het ook daar dolletjes:D. Tegen dat we dan terug in Sucre zijn zit februari en dus ook mijn ondertussen al vier maanden durende vakantie er op. Ik heb momenteel nog geen enkel idee hoe ik er ooit weer in ga slagen om vroeger als negen uur op te staan (de vorige keer dat ik het probeerde had ik een halve dag stekende koppijn) maar ach, ik kan niet blijven feesten. Of wel?:b
grande beso!
Waar de Ampuro's meer als een soort van hotel vol pension waren, heeft deze familie mij meteen opgenomen. Ik word overal in betrokken en mijn zussen sleuren mij van hot naar her. Dat brengt ook wel met zich mee dat ik mij aan de familieregels moet houden. Op tijd thuis zijn dus, niet te laat uitgaan, niet te veel drinken en altijd laten weten waar je bent. Het koud zweet brak me een beetje uit toen Lis me vertelde dat ik maar 1 keer in de maand mocht uitgaan. Maar mijn pa blijkt voor rede vatbaar, met als gevolg dat ik dit weekend toch weer vrijdag én zaterdag ben uitgeweest.
Vrijdag is Silke (meisje van Potosí) aangekomen, want 's avonds speelde een groepje vrienden van haar in het openluchttheater hier in Sucre. Cumbia spelen ze. Da's een muziekgenre dat hier geweldig populair is bij de jeugd. Het optreden van de jongens viel wel mee. Maar na hen volgde een Argentijnse groep, en dat was toch wel andere koek. Die mannen hadden een hele band bij, inclusief trompetist, saksofonist, accordeonspeler en meer van dat leuks. En aangezien wij ons geprofileerd hadden als groupies van de vorige band, mochten wij het hele concert van op het podium gadeslaan. Leute!
Zaterdag was mijn oma jarig. Allen naar het feest dus. We kregen pikante kip en tong op ons bord (ik heb het nu niet over de vis) en als nagerecht was er een lekkere taart met flan en koek. 's Avonds zijn we dan met mijn zusjes naar de disco gegaan. Maar niet voordat we ons compleet hadden opgemaakt natuurlijk. Om negen uur is Lis begonnen iedereen te schminken, om elf uur konden we eindelijk de deur uit. Ik zag er uit als een of andere bimbo, maar de rest vond het blijkbaar wel geslaagd. Foto's volgen later, beloofd.
Volgend weekend zal het ook feesten worden. Dan is het namelijk carnaval. Eerst ga ik met Silke naar Oruro, wat een gigantisch feest moet worden, en na Oruro ga ik onmiddelijk door naar Padilla, een klein dorpje waar mijn familie ieder jaar gaat feesten. En als ik mijn zussen moet geloven dan is het ook daar dolletjes:D. Tegen dat we dan terug in Sucre zijn zit februari en dus ook mijn ondertussen al vier maanden durende vakantie er op. Ik heb momenteel nog geen enkel idee hoe ik er ooit weer in ga slagen om vroeger als negen uur op te staan (de vorige keer dat ik het probeerde had ik een halve dag stekende koppijn) maar ach, ik kan niet blijven feesten. Of wel?:b
grande beso!
dinsdag 10 februari 2009
Wissel!
Hoi allen! Goed nieuws: ik heb een nieuwe familie. En wat voor een. Ik heb vijf zussen tussen de 23 en de 12 die allemaal even vriendelijk zijn. Ik heb drie rottweilers (die iets minder vriendelijk zijn) en een hond die Tania heet. Het huis ligt op een kwartier van het centrum, MAAR, er zijn aanwezig: een zwembad, een sauna, twee bars waarvan een buiten en een binnen, een pooltafel en een gigantisch overdekt terras met dansvloer. Foto's volgen later en ik zweer het, het woord wauw zal u op de lippen liggen en u zal groen uitslaan van jaloezie. Het lijkt wel een beetje alsof ik naar Center Parks verhuisd ben. Hoe het verder nog zal verlopen hier laat ik in een volgende bericht nog wel weten.
Hoe zit het voor de rest hier in Sucre? Wat het weer betreft: zeer goed. De zon begint terug door de wolken heen te komen en als ze er helemaal doorbreekt is het lekker warm. Echt T-shirtweer. De mobiele school is na een stop van een maand ook terug de straten aan het opgaan, dus daar trek ik ook af en toe mee op stap. M'n trompet zal ik dringend eens van onder het stof moeten halen en ook de salsa-moves zullen wat opgefrist moeten worden, maar dat komt allemaal wel in orde.
Voor het overige is Bolivia zich aan het opmaken voor het carnaval. En daar komt heel wat waterpret aan te pas. Je moet weten dat het hier de gewoonte is om tijdens carnaval met waterballonnen en waterpistolen zoveel mogelijk mensen zo nat mogelijk te maken. Een beetje zoals wij met confetti gooien. Het geval is nu dat de jeugd al een maand op voorhand begint met zich te oefenen. En helaas ben ik als gringa (blank en vrouwelijk) een ideaal doelwit. Als ik de stad inga kom ik sowieso nat terug thuis. Mijn plan is dan ook me de twee weken die nog resten tot carnaval te verschansen in m'n villa, ondertussen luierend aan m'n zwembad.
Het carnaval op zich is nochthans zeer leuk om te zien. Dit weekend ben ik met Elke naar Potosí geweest om er naar de stoet van de mijnwerkers te gaan kijken. Zeer mooi. Er waren groepen die traditioneel gekleed waren en hun typische dansen uitvoerden en de mijnwerkers zelf dansten in hun werkplunje en met hun werktuigen in de hand. Voor hen is dit een van de topdagen van het jaar.
Wat mijn universiteitscarrière betreft: die begint pas in maart. Lene viert dus nog een maandje langer vakantie. Begin maart ga ik dan psychologie studeren. Of er van studeren werkelijk veel in huis gaat komen weet ik niet, maar het is alleszins een mooie kans om weer eens wat nieuw volk te leren kennen. En het zal ook fijn zijn om terug wat te doen te hebben.
Volgende keer krijgen jullie een verslag van mijn hopelijk waanzinnige carnaval-avonturen. Feest ze daar in het verre België ook nog!
Beso!
Hoe zit het voor de rest hier in Sucre? Wat het weer betreft: zeer goed. De zon begint terug door de wolken heen te komen en als ze er helemaal doorbreekt is het lekker warm. Echt T-shirtweer. De mobiele school is na een stop van een maand ook terug de straten aan het opgaan, dus daar trek ik ook af en toe mee op stap. M'n trompet zal ik dringend eens van onder het stof moeten halen en ook de salsa-moves zullen wat opgefrist moeten worden, maar dat komt allemaal wel in orde.
Voor het overige is Bolivia zich aan het opmaken voor het carnaval. En daar komt heel wat waterpret aan te pas. Je moet weten dat het hier de gewoonte is om tijdens carnaval met waterballonnen en waterpistolen zoveel mogelijk mensen zo nat mogelijk te maken. Een beetje zoals wij met confetti gooien. Het geval is nu dat de jeugd al een maand op voorhand begint met zich te oefenen. En helaas ben ik als gringa (blank en vrouwelijk) een ideaal doelwit. Als ik de stad inga kom ik sowieso nat terug thuis. Mijn plan is dan ook me de twee weken die nog resten tot carnaval te verschansen in m'n villa, ondertussen luierend aan m'n zwembad.
Het carnaval op zich is nochthans zeer leuk om te zien. Dit weekend ben ik met Elke naar Potosí geweest om er naar de stoet van de mijnwerkers te gaan kijken. Zeer mooi. Er waren groepen die traditioneel gekleed waren en hun typische dansen uitvoerden en de mijnwerkers zelf dansten in hun werkplunje en met hun werktuigen in de hand. Voor hen is dit een van de topdagen van het jaar.
Wat mijn universiteitscarrière betreft: die begint pas in maart. Lene viert dus nog een maandje langer vakantie. Begin maart ga ik dan psychologie studeren. Of er van studeren werkelijk veel in huis gaat komen weet ik niet, maar het is alleszins een mooie kans om weer eens wat nieuw volk te leren kennen. En het zal ook fijn zijn om terug wat te doen te hebben.
Volgende keer krijgen jullie een verslag van mijn hopelijk waanzinnige carnaval-avonturen. Feest ze daar in het verre België ook nog!
Beso!
dinsdag 20 januari 2009
Diecinueve!!!
Hier nog eens wat verhalen van de ondertussen 19-jarige boliviaanse. Waar waren we gebleven. Ergens in Potosi geloof ik. Ik heb daar onveer een week gelogeerd bij Silke, de brugse die daar voor een jaar zit. We hebben het klooster van Santa Teresa bezocht (een vier uur durende tour, VIER UUR!) en zijn op het dak van een of andere kathedraal gaan staan. Voor het overige hebben we vooral de discotheek en de karaoke onveilig gemaakt. Jaja, Lene in de disco en de karaoke. Je maakt nogal eens wat mee in Bolivia. En ik moet zeggen, ik heb me feestelijk geamuseerd.
Terug in Sucre was er wat minder nieuws. Ik moet van gezin veranderen. Blijkbaar kan ik maar zes maanden bij de Ampuero's blijven, omdat ze al eerder een meisje voor een half jaar hadden. Zij wisten dat, en afs wist dat ook, maar denk je dat ook maar iemand van die pipo's de moeite heeft genomen mij ook eens op de hoogte te brengen? Ik kwam dus lichtelijk uit de lucht gevallen. Op dit moment is afs een nieuwe familie voor mij aant zoeken. Maar ik heb er weeral een paar dagen niets van gehoord dus ik heb er geen idee van voor wanneer de verhuis zal zijn. Maffe Bolivianen!
Mijn verjaardag heb ik op mijn gemakje gevierd met een paar vriendinnen die waren afgekomen. Aan iedereen die mij op de een of andere manier proficiat heeft gewenst trouwens mercikes! Waar facebook al niet goed voor kan zijn.
Binnenkort zou ik ook naar de unief moeten gaan, maar hoe of wat, dat is allemaal nogal onduidelijk. Ik heb zelfs de indruk dat de meeste universiteiten niet eens een datum hebben vaststaan om te beginnen. Maar acht, we zullen wel zien wat het wordt. Voor de volgende maanden staan er ook nog een aantal reizen gepland. Op het einde van deze maand zou ik naar de pampa's en de jungle willen gaan, als het weer het toelaat tenminste en in februari ga ik naar Oruro om er het het grootst carnaval na dat van Rio te gaan vieren. Dolletjes! Ik houd me hier dus nog wel een eindje bezig. Zo snel als ik iets van mijn nieuwe familie weet, zullen jullie het zeker horen. Nog veel plezier daar in het verre noorden!
besito
Terug in Sucre was er wat minder nieuws. Ik moet van gezin veranderen. Blijkbaar kan ik maar zes maanden bij de Ampuero's blijven, omdat ze al eerder een meisje voor een half jaar hadden. Zij wisten dat, en afs wist dat ook, maar denk je dat ook maar iemand van die pipo's de moeite heeft genomen mij ook eens op de hoogte te brengen? Ik kwam dus lichtelijk uit de lucht gevallen. Op dit moment is afs een nieuwe familie voor mij aant zoeken. Maar ik heb er weeral een paar dagen niets van gehoord dus ik heb er geen idee van voor wanneer de verhuis zal zijn. Maffe Bolivianen!
Mijn verjaardag heb ik op mijn gemakje gevierd met een paar vriendinnen die waren afgekomen. Aan iedereen die mij op de een of andere manier proficiat heeft gewenst trouwens mercikes! Waar facebook al niet goed voor kan zijn.
Binnenkort zou ik ook naar de unief moeten gaan, maar hoe of wat, dat is allemaal nogal onduidelijk. Ik heb zelfs de indruk dat de meeste universiteiten niet eens een datum hebben vaststaan om te beginnen. Maar acht, we zullen wel zien wat het wordt. Voor de volgende maanden staan er ook nog een aantal reizen gepland. Op het einde van deze maand zou ik naar de pampa's en de jungle willen gaan, als het weer het toelaat tenminste en in februari ga ik naar Oruro om er het het grootst carnaval na dat van Rio te gaan vieren. Dolletjes! Ik houd me hier dus nog wel een eindje bezig. Zo snel als ik iets van mijn nieuwe familie weet, zullen jullie het zeker horen. Nog veel plezier daar in het verre noorden!
besito
zaterdag 10 januari 2009
Feliz año nuevo!
Gelukkig nieuwjaar allemaal. Hopelijk knalde de champagne vrolijk en werd er een hele hoop vuurwerk afgestoken. Hier anders wel. En ik moet zeggen, vuurwerk bekijken in t-shirt en met palmbomen op de voorgrond, het is eens wat anders.
Het nieuwe jaar heb ik overigens al goed ingezet. De tweede januari ben ik naar Potosí vertokken, eens de rijkste en dichtstbevolkte stad ter wereld. Potosí ligt op een hoogt van 4200 meter en dankt haar rijkdom aan de Cerro Rico, de berg die over de stad waakt. Met het zilver dat men door de jaren heen uit deze berg heeft gehaald, zou men een vierbaans autoweg kunnen aanleggen van Potosí tot in Spanje. Kun je je indenken. Nu is Potosí vooral een stad van vergane glorie. De straatjes zijn er smal en stijl, het is er koud en het regent er vaak. Hoewel ooit de rijkste stad ter wereld is het grootste deel van de bevolking er arm. Maar op de boulevard kent iedereen iedereen, er zijn gezellige cafeetjes en een paar van de meest waardevolle musea van Bolivia zijn hier gevestigd.
Ik heb hier de mijnen bezocht. Een intense ervaring. Het besef dat eeuwenlang mensen dag in dag uit in die nauwe, stoffige en verstikkend hete gangetjes hebben gewerkt en nog steeds werken zet je wel weer met beide voeten op de grond. De Cerro Rico wordt niet voor niets "de berg die mannen eet" genoemd. Wie hier meer over wil weten moet zeker eens de Duitse documentaire "The devils miner" bekijken, die gaat over de kinderen die in de mijnen werken.
Van het koude en regenachtige Potosí ben ik dan doorgereis naar Uyuni, bekend voor zijn zoutmeer, het grootste ter wereld. Ik ben dan op een driedaagse trip vertrokken met een jeep, een geweldige reis. Eerst hebben we de Salar, de zoutvlakte, bezocht. Die stond voor zo'n centimeter of tien onder water, wat een prachig zicht was. De wolken werden weerspiegeld door het water, waar door het leek alsof je op lucht liep. Onaards en wonderschoon is het er. De hopen foto's die ik van de reis heb gemaakt volgen later.
Na de Salar zijn we naar een treinkerkhof geweest, om na een reis van een uur of drie aan te komen in het dorpje waar we zouden overnachten. In the middle of nowhere, stoffig en desolaat. Maar het straalde zulk een rust uit, bevrijd van alle moderniteiten waar wij vertouwd mee zijn. Ik vond het er geweldig.
De tweede dag was de mooiste van de hele reis. We hebben lagunes bezocht in de kleuren rood, blauw, groen, wit en geel waarover honderden flamingo's de wacht hielden. We hebben een stenen boom gezien en urenlang door woestijnen gereden, omringd door eeuwenoude bergen. Het is haast onmogelijk om de pracht van die natuur daar op een hoogte van 4500 meter te beschrijven. Het was onwerkelijk. Alsof je op de maan of op mars of zo was.
Na een nacht in de woestijn zijn we 's ochtends om half vijf opgestaan om geisers te gaan bekijken, te baden in een warmwaterbron en een prachtige groene lagune aan de voet van een vulkaan te gaan bezoeken.
Deze reis in het zuiden van Bolivia is ongetwijfeld de mooiste reis die ik ooit heb gemaakt. Het toont weer een heel ander beeld van dit land, dat zo ongelooflijk veel schoonheid herbergt. Hoe langer ik hier ben, hoe meer ik van Bolivia ga houden. Van haar uitzichten, haar gemoedelijke kabbelen, haar vriendelijke mensen en haar oneindige mogelijkheden. Hoe langer ik hier ben, hoe meer ik geniet.
Ik wens iedereen heb beste voor 2009, daar in het verre, koude en besneeuwde België. Zoals jullie lezen gaat het me hier zeer goed. Un grande beso para todos!
La Bolivianita
Ps: zoals sommigen onder jullie misschien wel weten, ben ik de 18e januari jarig. Mocht iemand de nood voelen mij een cadeautje te geven, vraag vader maar naar mijn rekeningnummer. Hij zal het met alle plezier geven, aangezien ik het geld er hier langs ramen en deuren naar buiten smijt:D.
ciao!
Het nieuwe jaar heb ik overigens al goed ingezet. De tweede januari ben ik naar Potosí vertokken, eens de rijkste en dichtstbevolkte stad ter wereld. Potosí ligt op een hoogt van 4200 meter en dankt haar rijkdom aan de Cerro Rico, de berg die over de stad waakt. Met het zilver dat men door de jaren heen uit deze berg heeft gehaald, zou men een vierbaans autoweg kunnen aanleggen van Potosí tot in Spanje. Kun je je indenken. Nu is Potosí vooral een stad van vergane glorie. De straatjes zijn er smal en stijl, het is er koud en het regent er vaak. Hoewel ooit de rijkste stad ter wereld is het grootste deel van de bevolking er arm. Maar op de boulevard kent iedereen iedereen, er zijn gezellige cafeetjes en een paar van de meest waardevolle musea van Bolivia zijn hier gevestigd.
Ik heb hier de mijnen bezocht. Een intense ervaring. Het besef dat eeuwenlang mensen dag in dag uit in die nauwe, stoffige en verstikkend hete gangetjes hebben gewerkt en nog steeds werken zet je wel weer met beide voeten op de grond. De Cerro Rico wordt niet voor niets "de berg die mannen eet" genoemd. Wie hier meer over wil weten moet zeker eens de Duitse documentaire "The devils miner" bekijken, die gaat over de kinderen die in de mijnen werken.
Van het koude en regenachtige Potosí ben ik dan doorgereis naar Uyuni, bekend voor zijn zoutmeer, het grootste ter wereld. Ik ben dan op een driedaagse trip vertrokken met een jeep, een geweldige reis. Eerst hebben we de Salar, de zoutvlakte, bezocht. Die stond voor zo'n centimeter of tien onder water, wat een prachig zicht was. De wolken werden weerspiegeld door het water, waar door het leek alsof je op lucht liep. Onaards en wonderschoon is het er. De hopen foto's die ik van de reis heb gemaakt volgen later.
Na de Salar zijn we naar een treinkerkhof geweest, om na een reis van een uur of drie aan te komen in het dorpje waar we zouden overnachten. In the middle of nowhere, stoffig en desolaat. Maar het straalde zulk een rust uit, bevrijd van alle moderniteiten waar wij vertouwd mee zijn. Ik vond het er geweldig.
De tweede dag was de mooiste van de hele reis. We hebben lagunes bezocht in de kleuren rood, blauw, groen, wit en geel waarover honderden flamingo's de wacht hielden. We hebben een stenen boom gezien en urenlang door woestijnen gereden, omringd door eeuwenoude bergen. Het is haast onmogelijk om de pracht van die natuur daar op een hoogte van 4500 meter te beschrijven. Het was onwerkelijk. Alsof je op de maan of op mars of zo was.
Na een nacht in de woestijn zijn we 's ochtends om half vijf opgestaan om geisers te gaan bekijken, te baden in een warmwaterbron en een prachtige groene lagune aan de voet van een vulkaan te gaan bezoeken.
Deze reis in het zuiden van Bolivia is ongetwijfeld de mooiste reis die ik ooit heb gemaakt. Het toont weer een heel ander beeld van dit land, dat zo ongelooflijk veel schoonheid herbergt. Hoe langer ik hier ben, hoe meer ik van Bolivia ga houden. Van haar uitzichten, haar gemoedelijke kabbelen, haar vriendelijke mensen en haar oneindige mogelijkheden. Hoe langer ik hier ben, hoe meer ik geniet.
Ik wens iedereen heb beste voor 2009, daar in het verre, koude en besneeuwde België. Zoals jullie lezen gaat het me hier zeer goed. Un grande beso para todos!
La Bolivianita
Ps: zoals sommigen onder jullie misschien wel weten, ben ik de 18e januari jarig. Mocht iemand de nood voelen mij een cadeautje te geven, vraag vader maar naar mijn rekeningnummer. Hij zal het met alle plezier geven, aangezien ik het geld er hier langs ramen en deuren naar buiten smijt:D.
ciao!
woensdag 24 december 2008
Kerst in Bolivia
Het is vandaag 24 december. Pakjesavond dus. Ook hier in Bolivia. Jullie zullen jullie wel afvragen hoe het er hier aan toegaat met Kerstmis. Wel, ongeveer hetzelfde als thuis. De straten zijn versierd, de Plaza hangt vol lichtjes en in de huizen staan kerstbomen. Er worden gigantische massa's cake gegeten en ook de kalkoen staat op het menu. De kinderen krijgen pakjes van Papa Noel, de kerstman. En aangezien ze hier Sinterklaas niet kennen, zijn dat behoorlijk grote cadeaus. Net als in België wordt er ook een dag of drie niets gedaan als gegeten. Bij ons is dat gisteren al begonnen. Toen zijn we bij de grootouders van Mirko gaan eten. Vandaag 's middags is het weeral daar te doen. Vanavond gaan we dan naar een broer van Jaque, tio Oskar, waar gigantisch veel cake gegeten zal moeten worden. Vermoed ik toch, want thuis staat de hele keuken vol met bakvormen en Jaque stond in een enorme pot deeg te roeren. Wat het morgen zal zijn weet ik nog niet, maar ik bereid me voor op nog meer familiepret.
Ze mogen Kerstmis dan wel vieren met bomen, kersmannen en lichtjes overal, een echte kerstsfeer hangt hier toch niet, vind ik. Dat komt vooral door het weer. Het is niet echt warm, eerder grijs en regenachtig, maar als de zon er doorkomt kan je gerust in T-shirt de deur uit. Daarbij zijn dit de langste dagen hier ten zuiden van de evenaar, dus van knusjes bij elkaar kruipen voor de haard is er ook geen sprake. Maar het is natuurlijk wel interessant om deze periode eens op een andere manier mee te maken. Na de kerstdagen laat ik wel weten wat voor vreemde gewoontes de Bolivianen er nog op nahouden.
De reis naar Argentinië is overigens nog heel goed geweest. Salta is een hele mooie stad, de uitgaansbuurt is geweldig en de biefstuk is er niet te versmaden. We zijn er zondagnacht om twee uur weer vertrokken, om dinsdagochtend om acht uur weer aan te komen in Sucre. 24 uur in de bus, je moet er maar zin in hebben. Maar ik heb me zeer goed geamuseerd, het was de moeite.
Ik wens iedereen in het verre België een heel fijn kerstfeest en mocht ik niets meer van me laten horen ook alvast een zalig nieuwjaar. Feest ze en laat de champagnekurken knallen!
Feliz Nividad!
Ze mogen Kerstmis dan wel vieren met bomen, kersmannen en lichtjes overal, een echte kerstsfeer hangt hier toch niet, vind ik. Dat komt vooral door het weer. Het is niet echt warm, eerder grijs en regenachtig, maar als de zon er doorkomt kan je gerust in T-shirt de deur uit. Daarbij zijn dit de langste dagen hier ten zuiden van de evenaar, dus van knusjes bij elkaar kruipen voor de haard is er ook geen sprake. Maar het is natuurlijk wel interessant om deze periode eens op een andere manier mee te maken. Na de kerstdagen laat ik wel weten wat voor vreemde gewoontes de Bolivianen er nog op nahouden.
De reis naar Argentinië is overigens nog heel goed geweest. Salta is een hele mooie stad, de uitgaansbuurt is geweldig en de biefstuk is er niet te versmaden. We zijn er zondagnacht om twee uur weer vertrokken, om dinsdagochtend om acht uur weer aan te komen in Sucre. 24 uur in de bus, je moet er maar zin in hebben. Maar ik heb me zeer goed geamuseerd, het was de moeite.
Ik wens iedereen in het verre België een heel fijn kerstfeest en mocht ik niets meer van me laten horen ook alvast een zalig nieuwjaar. Feest ze en laat de champagnekurken knallen!
Feliz Nividad!
zaterdag 20 december 2008
Argentina
Bij deze een verder vervolg van de reis die ik aan het maken ben. Na het nuttigen van de nodige liters rode wijn in Tarija hebben we de bus genomen richting Argentinië. Het tochtje van Tarija naar de grens was memorabel. We hebben vier koeien, een ezel, drie biggen en een hele reeks beekjes, rivieren en andere waterige dinges moeten trotseren voordat we aan het grensdorpje Bermejo waren. Lonely Planet, de bijbel van de toerist, beschrijft Bermejo als hot, dusty and muggy. Hot was het er inderdaad, tropisch met andere woorden. We hebben er een goedkoop motelletje gezogd en de volgende ochtend zijn we richting grens vertrokken. Maar de tamtam werkt snel in een boerengat als Bermejo, dus wist de volgende ochtend zo ongeveer heel het dorp dat er twee Belgas naar Argentinië wilden. Na een paar stempels te gaan halen bij imigration zijn we dan de brug die Argentinië van Bolivia scheidt overgestoken (deze is voor de helft geverfd in de kleuren van de boliviaanse vlag, de ander helft is blauw met wit). In Argentinië hebben we dan een rechtstreekse bus naar Salta kunnen nemen, de grootste stad in het noord-oosten. Daar zijn we dan gisteravond rond een uur of acht aangekomen.
Bij de eerste aanblik van Salta was ik lichtelijk verbaasd. Alsof je twee weken in de woestijn hebt gezeten en dan plots een waterplas ziet liggen. Argentinië is een van de rijkste, zo niet het rijkste land van Zuid-Amerika. En je merkt meteen dat hier wel geld is. De mensen gaan anders gekleed, er zijn winkelstraten, de pleinen zijn goed onderhouden, de wegen zijn geasfalteerd. Na meer dan vijf maanden in Bolivia, een van de armste landen van Zuid-Amerika, stond ik er van te kijken. Ik was vergeten hoe onze westerse wereld er uitziet. Hoe confortabel die kan zijn en hoeveel daarin geconsumeerd wordt. En hoe je dat toch kan missen. Elke en ik waren bijvoorbeeld razend enthousiast toen we ontdenkten dat ze hier een C&A hebben. Een C&A begot, met rekken vol kleren waarin je kan snuisteren zonder dat een verkoopster op je vingers zit te kijken. En terrasjes! Er zijn hier terrasjes! Daar hebben ze in Sucre nog nooit van gehoord. Het lucht dus wel een beetje op om terug in een iets westerser klimaat te kunnen vertoeven voor een paar dagen.
Hier in Salta logeren we in een tof motel. Er is een geweldige uitgaansbuurt en ook buiten de stad is een hoop te zien. Op de plaza staat een kathedraal die in zuurstokkleurtjes is beschilderd en de biefstukken smelten hier op je tong. Helaas kunnen we hier maar een paar dagen blijven. Ik moet terug in Sucre zijn met kersmis om kalkoen te smullen me de Ampuero's, maar dat geeft niet. Ik ga graag terug naar Bolivia. Het klimaat is met hier iets te tropisch. Het is nu half vier 's middags en ik zit me hier peentjes te zweten. Gisteravond was het om twee uur 's nachts nog 24 graden, wat natuurlijk ideaal is om op terras te zitten. Maar overdag is het hier dus zweten geblazen. En bovendien stikt het van de onzichtbare beestjes die in mijn benen bijten. Een groot bultenlandschap is het, maar ach, dat hoort er bij.
Aan allen daar in het verre, koude België, feest ze al vast, ik laat voor oudejaar nog wel iets van me horen.
hasta luego
Lene
Bij de eerste aanblik van Salta was ik lichtelijk verbaasd. Alsof je twee weken in de woestijn hebt gezeten en dan plots een waterplas ziet liggen. Argentinië is een van de rijkste, zo niet het rijkste land van Zuid-Amerika. En je merkt meteen dat hier wel geld is. De mensen gaan anders gekleed, er zijn winkelstraten, de pleinen zijn goed onderhouden, de wegen zijn geasfalteerd. Na meer dan vijf maanden in Bolivia, een van de armste landen van Zuid-Amerika, stond ik er van te kijken. Ik was vergeten hoe onze westerse wereld er uitziet. Hoe confortabel die kan zijn en hoeveel daarin geconsumeerd wordt. En hoe je dat toch kan missen. Elke en ik waren bijvoorbeeld razend enthousiast toen we ontdenkten dat ze hier een C&A hebben. Een C&A begot, met rekken vol kleren waarin je kan snuisteren zonder dat een verkoopster op je vingers zit te kijken. En terrasjes! Er zijn hier terrasjes! Daar hebben ze in Sucre nog nooit van gehoord. Het lucht dus wel een beetje op om terug in een iets westerser klimaat te kunnen vertoeven voor een paar dagen.
Hier in Salta logeren we in een tof motel. Er is een geweldige uitgaansbuurt en ook buiten de stad is een hoop te zien. Op de plaza staat een kathedraal die in zuurstokkleurtjes is beschilderd en de biefstukken smelten hier op je tong. Helaas kunnen we hier maar een paar dagen blijven. Ik moet terug in Sucre zijn met kersmis om kalkoen te smullen me de Ampuero's, maar dat geeft niet. Ik ga graag terug naar Bolivia. Het klimaat is met hier iets te tropisch. Het is nu half vier 's middags en ik zit me hier peentjes te zweten. Gisteravond was het om twee uur 's nachts nog 24 graden, wat natuurlijk ideaal is om op terras te zitten. Maar overdag is het hier dus zweten geblazen. En bovendien stikt het van de onzichtbare beestjes die in mijn benen bijten. Een groot bultenlandschap is het, maar ach, dat hoort er bij.
Aan allen daar in het verre, koude België, feest ze al vast, ik laat voor oudejaar nog wel iets van me horen.
hasta luego
Lene
Abonneren op:
Posts (Atom)