Een jaar of acht geleden zat in het programma Napels Zien een jongen, Arnoud, die zijn eigen ontwikkelingshulpproject wou opstarten. Hij had een schooltje ontworpen om straatkinderen al spelenderwijs wat te leren, opdat ze later kans zouden hebben op beter werk. Op het moment dat de reportage werd gedraaid, zat hij in een Zuid-Amerikaanse stad. Een passage die me is bijgebleven, is hoe hij, met de tranen in de ogen vertelde over een jongen die hij had leren kennen en die regelmatig naar het schooltje kwam. De nacht ervoor was de jongen doodgeschoten door de doodseskaders. Arnoud had het over de spreekwoordelijke druppel op de hete plaat, en hoe die druppel voor sommige mensen toch het verschil kan maken.
Wat hij vertelde moet indruk op me hebben gemaakt, want ik herinner het me zoveel jaar later nog steeds. En door een vreemde speling van het lot trek ik nu zelf rond met zo'n schooltje.
Elke, het meisje van Eksel, is vrijwilligster bij Mobile School, vandaar dat ik begin deze week eens een kijkje ben gaan nemen terwijl het schooltje op de Mercado Central stond.
Doordat ik hier in Bolivia ben met een organisatie als AFS, ben ik terechtgekomen in een gezin dat tot de bovenlaag van de maatschappij van dit land behoort. Ik ben naar een school geweest die hier als 'elitair' bestempeld wordt. De mensen waarmee ik in contact kwam, behoorden tot diezelfde kringen, de plaatsen die ik bezocht ademden toch wel een zekere welvaart uit.
Ik wou eerst een beetje bekijken wat die mobiele school nu precies was, maar terwijl ik de boel aan het observeren was, kwamen er kindjes vragen of ik met hen wou spelen. Die eerste middag heeft me zo aangestaan, dat ik de volgende twee dagen met de mobiele school op pad ben geweest. Dat bracht ons gisteren naar de wijk Alegria, wat vreugde betekent. Alegria ligt op zo'n half uurtje van Sucre. Na een kwartier ging de geasfalteerde weg over in een veldweg. Het was koud. De lucht was onheilspellend grijs. In de verste verte was er niemand te zien. Na tien minuten rijden kwamen er plots een vijftal kinderen opgedoken. Ik vroeg me af van waar ze kwamen, want de enige huizen die ik zag, leken me al jaren verlaten. De kinderen sprongen op onze pick-up, dolblij dat we er waren. Tegen dat we het 'centrum' van de wijk bereikt hadden, zaten er een tiental kinderen in de laadbak, de een al smoezeliger dan de ander, de een al breder glimlachend dan de ander. Het begon te regenen. Meer kinderen kwamen op ons af. We hebben het schooltje niet kunnen opzetten, maar met een bal kan ookal heel wat plezier gemaakt worden.
Veel van deze kinderen werken. Schoenen poetsen, auto's wassen, snoep verkopen of zakjes vullen in de supermarkt. Vaak onderhouden ze mee hun familie. Sommigen gaan naar school, maar moeten dan wel twee uur wandelen. Er rijdt een bus naar Alegria, die kost voor hen maar 50 centavos, vijf eurocent dus, maar die kunnen ze niet betalen. Hun kleren zijn vaak vuil en gescheurd, maar hun ogen twinkelen als ze kunnen spelen. En ze lachen allemaal.
Toen we teruggingen, reden de eerste 500 meter opnieuw een tiental kindjes met ons mee. Toen de pick-up stopte, riepen ze allemaal ciao en renden vervolgens naar huis. De een over de velden, God weet waar naartoe. De ander in de richting van een huisje waarvan ik nooit had vermoed dat het bewoond werd.
Vanaf de weg naar Alegria kan je Sucre zien liggen, witte parel. Sucre, waar welvaart en armoede zich mengen tot een samenleving die voor mij, als westerling, moeilijk te vatten is.
donderdag 13 november 2008
maandag 10 november 2008
Vakantie!
Een week eerder dan mijn klasgenoten ben ik mijn vakantie begonnen. Een week eerder, want zij hebben nu examens, en aangezien ik mijn portie middelbare-school-examens wel heb gehad, heb ik besloten mijn vakantie nu al in te zetten. Vaarwel Humboldt dus.
Hier in Sucre gaat het steeds beter. Het Spaans vlot, de communicatie met mijn familie ook, de trompet klatert steeds helderder (maar stel er je alsjeblieft niet te veel bij voor) en de salsalessen worden steeds leutiger. Daar komt nog bij dat twee weken geleden Elke is gearriveerd, een meisje uit Eksel dat hier voor vijf maanden vrijwilligerswerk doet. En het klikt wonderwel, de eerste avond dat we op stap zijn geweest zijn we al seriues blijven doorzakken:D.
Door Elke Sucre te tonen, merk ik hoe erg ik hier al ben aangepast. Zij verbaast zich over dingen waar ik al lang niet meer bij stilsta, zoals de toeterende auto's, het feit dat chauffeurs voetgangers helemaal niet als zwakke weggebruikers zien en dus nooit zullen stoppen voor een zebrapad, de trage tred van de Bolivianen (echt waar, schildpadden lopen sneller) en het eeuwige te laat komen.
Vorig weekend, met 1 november, zijn we hier naar het kerkhof geweest. Het was er koppenlopen. Hele families kwamen naar het graf van de overledenen, legden lekkernijen neer en zaten te babbelen en herinneringen op te halen. Hier en daar speelde een fanfare een weemoedig lied. De (meeste) doden worden hier niet in de aarde begraven. De kist wordt in een muur geschoven, het gat wordt dichgemetselt en men maakt een kleine vitrine in de muur, waar men bloemen of andere dingen kan plaatsen. Het hele kerkhof is omgeven met deze reusachtige muren, soms wel vijf of meer verdiepingen hoog. Imposant om te zien. De rijkere families begraven hun doden in dodenhuizen, vaak groter dan de huizen waar sommige bolivianen bij leven in wonen. Het hele kerkhof straalt een grote rust uit. Thuis hangt er vaak een makabere sfeer over de begraafplaatsen, hier niet. Hier kan je echt tot rust komen.
Met de komst van Elke begin ik ook meer de toerist uit te hangen. Zo zijn we gisteren (zondag) naar de markt in Tarabuco geweest, een dorpje op anderhalf uur van Sucre. Om acht uur moesten we op de plaza staan. Vervolgens werden we in een bus vol toeristen die naar zonnecrème roken, gepropt. Toch een vreemd ras, de toerist. Na anderhalf uur door een woest en desolaat landschap rijden kwamen we aan in Tarabuco. De markt was ongelooflijk kleurrijk, typische Boliviaanse muziek klonk over het plein en de ene na de andere verkoper probeerde ons iets aan te smeren. De gringo's als aas. Ik heb een leutig hoedje gekocht en een toffe jas. Spullen kopen op zulke markten is een avontuur op zich, want je mag niet vergeten af te dingen. Een zeer boeiende sport.
Terug in Sucre regende het vollebak. Het is hier lente en dat brengt een heleboel onweer met zich mee. Als ik opsta is de hemel meestal stralend blauw, maar tegen de middag begint het weer te betrekken en rond een uur of vier kan het beginnen regenen. Maar de temperaturen blijven aangenaam. Ik kan sinds een paar weken 's avonds in T-shirt de straat op zonder kou te lijden. Jaja, een gans jaar zomer, ben ik geen gelukzak:D.
Aan iedereen die af en toe eens een berichtje achterlaat op deze blog: heel erg bedankt. Het is altijd fijn om nog eens iets te horen van het thuisfront. Als jullie Sucre ook eens vanuit iemand anders ogen willen zien, dit is het adres van Elke haar blog: www.elkevaes.travelblog.be.
Veel groetjes en een dikke kus
Lene
Hier in Sucre gaat het steeds beter. Het Spaans vlot, de communicatie met mijn familie ook, de trompet klatert steeds helderder (maar stel er je alsjeblieft niet te veel bij voor) en de salsalessen worden steeds leutiger. Daar komt nog bij dat twee weken geleden Elke is gearriveerd, een meisje uit Eksel dat hier voor vijf maanden vrijwilligerswerk doet. En het klikt wonderwel, de eerste avond dat we op stap zijn geweest zijn we al seriues blijven doorzakken:D.
Door Elke Sucre te tonen, merk ik hoe erg ik hier al ben aangepast. Zij verbaast zich over dingen waar ik al lang niet meer bij stilsta, zoals de toeterende auto's, het feit dat chauffeurs voetgangers helemaal niet als zwakke weggebruikers zien en dus nooit zullen stoppen voor een zebrapad, de trage tred van de Bolivianen (echt waar, schildpadden lopen sneller) en het eeuwige te laat komen.
Vorig weekend, met 1 november, zijn we hier naar het kerkhof geweest. Het was er koppenlopen. Hele families kwamen naar het graf van de overledenen, legden lekkernijen neer en zaten te babbelen en herinneringen op te halen. Hier en daar speelde een fanfare een weemoedig lied. De (meeste) doden worden hier niet in de aarde begraven. De kist wordt in een muur geschoven, het gat wordt dichgemetselt en men maakt een kleine vitrine in de muur, waar men bloemen of andere dingen kan plaatsen. Het hele kerkhof is omgeven met deze reusachtige muren, soms wel vijf of meer verdiepingen hoog. Imposant om te zien. De rijkere families begraven hun doden in dodenhuizen, vaak groter dan de huizen waar sommige bolivianen bij leven in wonen. Het hele kerkhof straalt een grote rust uit. Thuis hangt er vaak een makabere sfeer over de begraafplaatsen, hier niet. Hier kan je echt tot rust komen.
Met de komst van Elke begin ik ook meer de toerist uit te hangen. Zo zijn we gisteren (zondag) naar de markt in Tarabuco geweest, een dorpje op anderhalf uur van Sucre. Om acht uur moesten we op de plaza staan. Vervolgens werden we in een bus vol toeristen die naar zonnecrème roken, gepropt. Toch een vreemd ras, de toerist. Na anderhalf uur door een woest en desolaat landschap rijden kwamen we aan in Tarabuco. De markt was ongelooflijk kleurrijk, typische Boliviaanse muziek klonk over het plein en de ene na de andere verkoper probeerde ons iets aan te smeren. De gringo's als aas. Ik heb een leutig hoedje gekocht en een toffe jas. Spullen kopen op zulke markten is een avontuur op zich, want je mag niet vergeten af te dingen. Een zeer boeiende sport.
Terug in Sucre regende het vollebak. Het is hier lente en dat brengt een heleboel onweer met zich mee. Als ik opsta is de hemel meestal stralend blauw, maar tegen de middag begint het weer te betrekken en rond een uur of vier kan het beginnen regenen. Maar de temperaturen blijven aangenaam. Ik kan sinds een paar weken 's avonds in T-shirt de straat op zonder kou te lijden. Jaja, een gans jaar zomer, ben ik geen gelukzak:D.
Aan iedereen die af en toe eens een berichtje achterlaat op deze blog: heel erg bedankt. Het is altijd fijn om nog eens iets te horen van het thuisfront. Als jullie Sucre ook eens vanuit iemand anders ogen willen zien, dit is het adres van Elke haar blog: www.elkevaes.travelblog.be.
Veel groetjes en een dikke kus
Lene
dinsdag 28 oktober 2008
Tarija
Opnieuw voor veertien uur het busje op. Deze keer richting Tarija, een stad in het zuiden van Bolivia, in het gelijknamige departement, ook wel de Provençe van Bolivia geheten. De wijnstreek van dit land dus.
Om vier uur 's ochtends kwamen we aan. We werden opgepikt door twee afs-vrijwilligers die ons mee naar huis namen waar we nog een paar uurtjes konden pitten. Tegen de middag kwamen de mensen van Potosí binnengevallen, twee Duitsers, twee Walen, twee Vlamingen. Zodus heb ik mijn moedertaal terug wat op punt kunnen stellen.
Van Tarija zelf heb ik niet veel gezien, want na de lunch werden we naar de buiten gebracht (el campo) waar we zouden logeren in een hostel genaamd "El Valle Del Vino". Klonk veelbelovend en de plek was dan ook de moeite waard. Overal groen, heerlijke ligstoelen onder een grote boom, lekker eten en warm weer. De eerste avond hebben we wijn mogen proeven. De eigenaar was een fervent wijnfanaat, dat zag je zo aan zijn buikje. Het degusteren was wel speciaal. Je moest de wijn in een twee meter lange slang zuigen, totdat alle lucht er uit was. Dan moest je de slang afdekken een iets moois zeggen over wijn, zoals: "El vino es el sangre de la tierra" of " El vino es como la vida; me hace barratio". (veel plezier met het vertalen:D) Daarna moest je de wijn uit de slang drinken.
De volgende ochtend zijn we naar enkele wijngaarden geweest. Alleman in de laadbak van een camion en hop met de geit. Het landschap in Tarija is prachtig en de wijn was zeer lekker, hoewel maar de helft van de groep er van heeft kunnen genieten, aangezien een groot deel van de studenten (vooral de Duitsers eigenlijk) te kampen hadden met een kater.
In de namiddag zijn we naar een rivier gewandeld en hebben we een duik genomen, de kans op bloedzuigers negerend. Zalig was het.
's Anderendaags hadden we oriëntatie, hetgeen waar we eigenlijk voor waren gekomen. Weer een paar Duitsers die hun bed niet uitgeraakten, maar soit. De oriëntatie was weinig interessant, veel van hetzelfde, veel geklaag over afs, weinig van opgestoken, maar ach, voor een zondagvoormiddag viel het nog mee.
Tegen een uur of zes hebben we de bus terug naar Sucre genomen. Het was zo ongeveer de ellendigste reis van mijn leven, de kerel die naast mij zat had al weken geen bad of douche meer gezien geloof ik en van het gehobbel en gebobbel onderweg val je bijna uit je stoel. Maar we zijn toch maar weer mooi heelhuids aangekomen.
In Sucre is het weer momenteel stralend. Nog een paar weken en ik kan aan mijn vakantie beginnen. Er staan reizen naar La Paz en Potosí op het programma en wie weet steek ik de grens met Peru nog wel eens over. Maar dat zijn nog vage plannen.
Ik hoop dat het jullie allemaal goed gaat daar in het herfstige België. Voor wie nu een weekje vakantie heeft: geniet ervan! Ik laat snel nog eens iets van mij horen, op m'n blog of per post. En o ja, ik heb nu ook skype, dus wie mij nog eens live wil horen, laat het maar weten!
Un grande beso
Lene
Om vier uur 's ochtends kwamen we aan. We werden opgepikt door twee afs-vrijwilligers die ons mee naar huis namen waar we nog een paar uurtjes konden pitten. Tegen de middag kwamen de mensen van Potosí binnengevallen, twee Duitsers, twee Walen, twee Vlamingen. Zodus heb ik mijn moedertaal terug wat op punt kunnen stellen.
Van Tarija zelf heb ik niet veel gezien, want na de lunch werden we naar de buiten gebracht (el campo) waar we zouden logeren in een hostel genaamd "El Valle Del Vino". Klonk veelbelovend en de plek was dan ook de moeite waard. Overal groen, heerlijke ligstoelen onder een grote boom, lekker eten en warm weer. De eerste avond hebben we wijn mogen proeven. De eigenaar was een fervent wijnfanaat, dat zag je zo aan zijn buikje. Het degusteren was wel speciaal. Je moest de wijn in een twee meter lange slang zuigen, totdat alle lucht er uit was. Dan moest je de slang afdekken een iets moois zeggen over wijn, zoals: "El vino es el sangre de la tierra" of " El vino es como la vida; me hace barratio". (veel plezier met het vertalen:D) Daarna moest je de wijn uit de slang drinken.
De volgende ochtend zijn we naar enkele wijngaarden geweest. Alleman in de laadbak van een camion en hop met de geit. Het landschap in Tarija is prachtig en de wijn was zeer lekker, hoewel maar de helft van de groep er van heeft kunnen genieten, aangezien een groot deel van de studenten (vooral de Duitsers eigenlijk) te kampen hadden met een kater.
In de namiddag zijn we naar een rivier gewandeld en hebben we een duik genomen, de kans op bloedzuigers negerend. Zalig was het.
's Anderendaags hadden we oriëntatie, hetgeen waar we eigenlijk voor waren gekomen. Weer een paar Duitsers die hun bed niet uitgeraakten, maar soit. De oriëntatie was weinig interessant, veel van hetzelfde, veel geklaag over afs, weinig van opgestoken, maar ach, voor een zondagvoormiddag viel het nog mee.
Tegen een uur of zes hebben we de bus terug naar Sucre genomen. Het was zo ongeveer de ellendigste reis van mijn leven, de kerel die naast mij zat had al weken geen bad of douche meer gezien geloof ik en van het gehobbel en gebobbel onderweg val je bijna uit je stoel. Maar we zijn toch maar weer mooi heelhuids aangekomen.
In Sucre is het weer momenteel stralend. Nog een paar weken en ik kan aan mijn vakantie beginnen. Er staan reizen naar La Paz en Potosí op het programma en wie weet steek ik de grens met Peru nog wel eens over. Maar dat zijn nog vage plannen.
Ik hoop dat het jullie allemaal goed gaat daar in het herfstige België. Voor wie nu een weekje vakantie heeft: geniet ervan! Ik laat snel nog eens iets van mij horen, op m'n blog of per post. En o ja, ik heb nu ook skype, dus wie mij nog eens live wil horen, laat het maar weten!
Un grande beso
Lene
dinsdag 14 oktober 2008
Santa Cruz
Sucre is een fijne stad. Rusig, veilig, mooi weer en lekker eten. Maar na drie maanden gaat het een beetje vervelen. Aangezien ik me op een aantal hobbies heb gestort, valt die verveling wel mee. Liv, de Duitse AFS-er, daarentegen, was lichtelijk wanhopig en heeft Pedro, m'n counsler, gesmeekt om op reis te mogen. Met als gevolg dat we vorige week woensdag om 4 uur op de bus naar Santa Cruz zijn gestapt, om 15 uur later aan te komen op de heetste plek waar ik ooit ben geweest.
De bustrip was al een belevenis op zich. We hadden een vrij goedkope maatschappij genomen (60 boliviano's = 6 euro voor de heenreis) en dus kon je je stoel amper achteruitzetten, was airco in de verste verte niet te bespeuren en mochten de hondjes ook mee op de schoot van hun baasjes. We zijn éénmaal tegengehouden door de politie (een heleboel vragen, paspoortcontrole,...) en van de 15 uren dat de trip duurde, hebben we maar drie uur op geasfalteerde weg gereden, de rest was zand en meer van dat leuks, met een heleboel gehobbel en gebobbel als gevolg. En het gekke is; ik heb nog geslapen in die bus ook.
Aangekomen in Santa Cruz hebben we de taxi genomen naar het huis van Marieke, nog een Duitse AFS-er (der zijn der een hoop) die in Santa Cruz terecht is gekomen. Haar ouders waren zo vriendelijk ons voor een paar nachten een bed te geven. Nou, ik heb eens verbaasd uit mijn ogen gekeken toen we bij haar wijk aankwamen. Het leek een soort van subtropisch vakantiedorp. Security aan de ingang, mooi onderhouden grasperken, een prachtig gemeenschappelijk zwembad en huizen,... sjeezes, nooit gezien. Limousines en Hummers cruisen er door de straten en je kan er de mango's zo van de bomen plukken. Zo kan het leven in Bolivia dus ook zijn.
Het huis van Marieke viel nog mee wat luxe betreft. Ze had wel een zwembad. Maar dat is geen luxe, dat is een noodzaak in Santa Cruz. Want de warmte valt er niet te harden. De eerste middag zijn we gaan winkelen (de voornaamste reden waarom Liv naar Santa Cruz wou gaan) en ik had het gevoel dat ik ter plekke zou verdampen. En dan is het hier nog maar lente. In de zomer kan je er geen jeans dragen, de lucht is er zo vochtig dat je binnen de kortste keren nat bent van het zweet, ookal verroer je geen vin. Ben ik even blij dat ik in Sucre ben beland.
's Vrijdags heb ik een kerel van België, Yannick, ook AFS-er, ontmoet. Goed om mijn Nederlands eens opnieuw te oefenen, want na drie maanden begin je te vergeten. De woorden van de taal die ik heel mijn leven heb gesproken, voelen nu vreemd aan in m'n mond. Engels en zelfs Spaans voelt natuurlijker aan. Met als gevolg dat ik ook met Yannick in het Engels heb gebabbeld, zonder dat echt door te hebben.
We hebben die dag ook een hele tijd aan het zwembad gelegen. Helaas was ik vergeten me in te smeren en de zon heeft me daarvoor ongenadig gestraft. Toen ik wakker werd na m'n siesta, brandden m'n dijen en schouders keihard. Ik kan nog steeds geen rugzak dragen. Nou ja, eigen schuld. Vanaf het moment dat de zon ondergaat, is Santa Cruz een heerlijke plek. De temperatuur ligt nog steeds boven de 30º, ideaal om een terrasje te doen dus. Wat we dan ook iedere avond gedaan hebben.
's Zondags moesten we onze tickets voor de terugreis gaan kopen (in een slaapbus deze keer, iets duurder, maar veer confortabeler). Daarna wou ik naar Eline bellen, kwestie van haar te verrassen op haar verjaardag. Maar Santa Cruz is groot, haar binnenstad is een doolhof en ik ken er mijn weg niet. Dus hebben we een half uur lopen zoeken naar een plek waar ik goedkoop kon bellen. Liv kon me wel vermoorden. Uiteindelijk zijn we op de plaza beland waar, o noodlot, Liv werd beroofd. Weg tickets, weg Liv haar pas. Liv was totaal in shock. Ik heb de pickpocketer niet eens gezien, zo snel ging het. Waarschijnlijk hebben we nog geluk gehad. Meestal duwen ze gewoon een pistool onder je neus. Hoe dan ook, ik heb even met België kunnen bellen (aan een verschrikkelijk hoog tarief) en daarna zijn we teruggekeerd naar de busterminal om te redden wat er te redden viel. Goddank was het geen probleem dat we ons ticket kwijt waren, ze hadden onze naam en ons paspoortnummer en dat was blijkbaar voldoende.
Om vier uur zijn we opnieuw op de bus richting Sucre gestapt. Dit keer zag het er allemaal iets aangenamer uit. De reis verliep vlot (wat je vlot kan noemen op die kronkelende zandwegen). We zijn wel eenmaal moeten uitstappen, omdat de bus zich in een hachelijke positie had gewerkt met een truck en het glas van de ramen nogal vervaarlijk begon te kraken terwijl de truck er langsaf schuurde. En o ja, de toiletten onderweg zijn hilarisch. Voor wie Trainspotting heeft gezien: de pot waar Ewan McGreggor induikt is niks tegen de wc's waar Liv en ik hebben opgezeten.
Dat was dus Santa Cruz, een avontuur waarvan ik vooral de verschroeiende hitte niet zal vergeten. Volgende trip: Tarija. Ik laat gauw weten hoe het is geweest.
De bustrip was al een belevenis op zich. We hadden een vrij goedkope maatschappij genomen (60 boliviano's = 6 euro voor de heenreis) en dus kon je je stoel amper achteruitzetten, was airco in de verste verte niet te bespeuren en mochten de hondjes ook mee op de schoot van hun baasjes. We zijn éénmaal tegengehouden door de politie (een heleboel vragen, paspoortcontrole,...) en van de 15 uren dat de trip duurde, hebben we maar drie uur op geasfalteerde weg gereden, de rest was zand en meer van dat leuks, met een heleboel gehobbel en gebobbel als gevolg. En het gekke is; ik heb nog geslapen in die bus ook.
Aangekomen in Santa Cruz hebben we de taxi genomen naar het huis van Marieke, nog een Duitse AFS-er (der zijn der een hoop) die in Santa Cruz terecht is gekomen. Haar ouders waren zo vriendelijk ons voor een paar nachten een bed te geven. Nou, ik heb eens verbaasd uit mijn ogen gekeken toen we bij haar wijk aankwamen. Het leek een soort van subtropisch vakantiedorp. Security aan de ingang, mooi onderhouden grasperken, een prachtig gemeenschappelijk zwembad en huizen,... sjeezes, nooit gezien. Limousines en Hummers cruisen er door de straten en je kan er de mango's zo van de bomen plukken. Zo kan het leven in Bolivia dus ook zijn.
Het huis van Marieke viel nog mee wat luxe betreft. Ze had wel een zwembad. Maar dat is geen luxe, dat is een noodzaak in Santa Cruz. Want de warmte valt er niet te harden. De eerste middag zijn we gaan winkelen (de voornaamste reden waarom Liv naar Santa Cruz wou gaan) en ik had het gevoel dat ik ter plekke zou verdampen. En dan is het hier nog maar lente. In de zomer kan je er geen jeans dragen, de lucht is er zo vochtig dat je binnen de kortste keren nat bent van het zweet, ookal verroer je geen vin. Ben ik even blij dat ik in Sucre ben beland.
's Vrijdags heb ik een kerel van België, Yannick, ook AFS-er, ontmoet. Goed om mijn Nederlands eens opnieuw te oefenen, want na drie maanden begin je te vergeten. De woorden van de taal die ik heel mijn leven heb gesproken, voelen nu vreemd aan in m'n mond. Engels en zelfs Spaans voelt natuurlijker aan. Met als gevolg dat ik ook met Yannick in het Engels heb gebabbeld, zonder dat echt door te hebben.
We hebben die dag ook een hele tijd aan het zwembad gelegen. Helaas was ik vergeten me in te smeren en de zon heeft me daarvoor ongenadig gestraft. Toen ik wakker werd na m'n siesta, brandden m'n dijen en schouders keihard. Ik kan nog steeds geen rugzak dragen. Nou ja, eigen schuld. Vanaf het moment dat de zon ondergaat, is Santa Cruz een heerlijke plek. De temperatuur ligt nog steeds boven de 30º, ideaal om een terrasje te doen dus. Wat we dan ook iedere avond gedaan hebben.
's Zondags moesten we onze tickets voor de terugreis gaan kopen (in een slaapbus deze keer, iets duurder, maar veer confortabeler). Daarna wou ik naar Eline bellen, kwestie van haar te verrassen op haar verjaardag. Maar Santa Cruz is groot, haar binnenstad is een doolhof en ik ken er mijn weg niet. Dus hebben we een half uur lopen zoeken naar een plek waar ik goedkoop kon bellen. Liv kon me wel vermoorden. Uiteindelijk zijn we op de plaza beland waar, o noodlot, Liv werd beroofd. Weg tickets, weg Liv haar pas. Liv was totaal in shock. Ik heb de pickpocketer niet eens gezien, zo snel ging het. Waarschijnlijk hebben we nog geluk gehad. Meestal duwen ze gewoon een pistool onder je neus. Hoe dan ook, ik heb even met België kunnen bellen (aan een verschrikkelijk hoog tarief) en daarna zijn we teruggekeerd naar de busterminal om te redden wat er te redden viel. Goddank was het geen probleem dat we ons ticket kwijt waren, ze hadden onze naam en ons paspoortnummer en dat was blijkbaar voldoende.
Om vier uur zijn we opnieuw op de bus richting Sucre gestapt. Dit keer zag het er allemaal iets aangenamer uit. De reis verliep vlot (wat je vlot kan noemen op die kronkelende zandwegen). We zijn wel eenmaal moeten uitstappen, omdat de bus zich in een hachelijke positie had gewerkt met een truck en het glas van de ramen nogal vervaarlijk begon te kraken terwijl de truck er langsaf schuurde. En o ja, de toiletten onderweg zijn hilarisch. Voor wie Trainspotting heeft gezien: de pot waar Ewan McGreggor induikt is niks tegen de wc's waar Liv en ik hebben opgezeten.
Dat was dus Santa Cruz, een avontuur waarvan ik vooral de verschroeiende hitte niet zal vergeten. Volgende trip: Tarija. Ik laat gauw weten hoe het is geweest.
zaterdag 27 september 2008
Vrijetijdsbestedingen
Het is al weer een tijdje geleden dat ik iets geschreven heb, zodus, hier een kleine update. Wat de onrusten betreft: de storm lijkt een beetje geluwd. Een paar dagen geleden kon niemand Santa Cruz in of uit, de campesino's (mensen die op het platteland wonen) hadden alle wegen geblokkeerd. Maar na een paar uur was die situatie ook weer opgelost. De VS hebben vliegtuigen gestuurd naar Santa Cruz en La Paz om alle Amerikanen op te pikken die Bolivia willen verlaten, maar dat lijkt mij allemaal een beetje overdreven. Hier in Sucre is alles rusig. Ik heb van de hele toestand nog niks gemerkt. Hier houdt men zich met andere dingen bezig.
Zo was er twee weken geleden de Intrada van de heilige maagd Guadalupe. Feest in de stad dus. Van 10 uur 's ochtends tot een stuk in de de nacht dansten er groepen in de straten. Wonderlijk om te zien. De dansers dragen de meest fantastische kleren en iedere groep wordt begeleid door een fanfare. Het duurt ongeveer zes uur voordat een groep het hele parcours heeft afgelegd. Kan je je indenken, meisjes op naaldhakken, jongens met ongemakkelijk zittende laarzen. Ik heb mensen gezien die zich letterlijk het bloed in de schoenen hadden gedansd. Maar de dansen op zich waren een spectakel. Je kan de hele bedoening vergelijken met het carnaval in Rio, maar dan op kleinere schaal. Ik heb me zeer goed geamuseerd, die zaterdag.
Maar het leven in Bolivia is niet altijd een feest. Soms kan het behoorlijk saai zijn (school) en daar moet een mens dan iets aan doen. Dus zijn Liv en ik begonnen met salsalessen. Ik had gedacht dat het een fiasco ging worden, aangezien ik nooit ook maar één officiële dans heb geleerd (de lessen L.O. buiten beschouwing gelaten) maar salsa lijkt me in het bloed te zitten. 't Is behoorlijk vermoeiend maar ook ongelooflijk leuk.
Andere plannen zijn om trompet te leren spelen en aan atletiek te gaan doen. De trompet moet nog worden gezocht, maar aan de altletieklessen ben ik deze week begonnen. Ik ben zo stijf als een plank, lopen op een 2400 meter hoogte is geen lachertje, maar ach, ik moet toch iets doen om de voorspelde 14 kilo niet bij te komen, of niet:D
Ik houd me hier dus wel bezig. Vanavond zijn we van plan om de disco eens onveilig te maken. Het zal wel lachen worden.
Ik hoop dat iedereen het goed maakt daar in België. Hier is vorige week de lente begonnen en vandaag is de eerste stralende lentedag. Over twee maanden eindigt de school, en dan kan ik eens beginnen reizen. Ik houd jullie dus zeker op de hoogte van verdere avonturen.
Un beso
La Bolivianita
Zo was er twee weken geleden de Intrada van de heilige maagd Guadalupe. Feest in de stad dus. Van 10 uur 's ochtends tot een stuk in de de nacht dansten er groepen in de straten. Wonderlijk om te zien. De dansers dragen de meest fantastische kleren en iedere groep wordt begeleid door een fanfare. Het duurt ongeveer zes uur voordat een groep het hele parcours heeft afgelegd. Kan je je indenken, meisjes op naaldhakken, jongens met ongemakkelijk zittende laarzen. Ik heb mensen gezien die zich letterlijk het bloed in de schoenen hadden gedansd. Maar de dansen op zich waren een spectakel. Je kan de hele bedoening vergelijken met het carnaval in Rio, maar dan op kleinere schaal. Ik heb me zeer goed geamuseerd, die zaterdag.
Maar het leven in Bolivia is niet altijd een feest. Soms kan het behoorlijk saai zijn (school) en daar moet een mens dan iets aan doen. Dus zijn Liv en ik begonnen met salsalessen. Ik had gedacht dat het een fiasco ging worden, aangezien ik nooit ook maar één officiële dans heb geleerd (de lessen L.O. buiten beschouwing gelaten) maar salsa lijkt me in het bloed te zitten. 't Is behoorlijk vermoeiend maar ook ongelooflijk leuk.
Andere plannen zijn om trompet te leren spelen en aan atletiek te gaan doen. De trompet moet nog worden gezocht, maar aan de altletieklessen ben ik deze week begonnen. Ik ben zo stijf als een plank, lopen op een 2400 meter hoogte is geen lachertje, maar ach, ik moet toch iets doen om de voorspelde 14 kilo niet bij te komen, of niet:D
Ik houd me hier dus wel bezig. Vanavond zijn we van plan om de disco eens onveilig te maken. Het zal wel lachen worden.
Ik hoop dat iedereen het goed maakt daar in België. Hier is vorige week de lente begonnen en vandaag is de eerste stralende lentedag. Over twee maanden eindigt de school, en dan kan ik eens beginnen reizen. Ik houd jullie dus zeker op de hoogte van verdere avonturen.
Un beso
La Bolivianita
vrijdag 12 september 2008
Troubles in paradise
Rijkdom gaat verder dan het geld dat in je zakken zit. En armoede is ook nog iets anders dan niets bezitten. Ik leef hier in een rijk gezin. Toch naar de Boliviaanse standaard. Naar de Belgische standaard is dit een gezin als een ander. En toch leer ik hier en vorm van armoede kennen. De armoede die heel dit land in z'n greep houdt. Het is geen gebrek aan geld, maar een gebrek aan visie, aan sterke personen. Bolivia is een ongelooflijk rijk land, bezit grondstoffen en vruchten. Maar het beheer is een puinhoop. Sinds haar ontstaan is dit land van de ene impasse in de andere gesukkeld. Lees er het Genius World Records Book maar op na. 194 staatsgrepen waarvan 23 gelukt. Dit land heeft nooit echte vrede gekend. Men is trots, zowel op z'n Spaanse als op z'n Indiaanse afkomst. En die trots is vaak niet meer als een last, een blokkade om vooruit te geraken. Men is gewoon om te protesteren als er iets niet juist is, men gaat de straten op en neemt openbare instellingen in. Maar een oplossing is steeds veraf.
Dit is wat er momenteel in Santa Cruz gebeurt. Er zijn gevechten, gewonden, zelfs doden. Alles draait om geld dat er wel is en niet goed wordt besteed. Het land is verdeeld, Evo Morales is de grote boeman. Gisteren heeft hij de Amerikaanse ambassadeur er uit geschopt. Misschien gaat het westen zich nu moeien. Het westen, dat deze regionen graag ziet sukkelen, want het haalt er haar voordeel uit.
Gevechten in Santa Cruz, ondertussen ook in Tarija en in het noorden, maar men blijft kalm. De kranten besteden enkel hun voorpagina en twee pagina's achteraan de krant aan het onderwerp. Men is het gewoon hier. Er zijn de laatste jaren zoveel opstootjes, zoveel blokkades, zoveel protesten geweest. Niemand kijkt op, maar vroeg of laat gaat het hier escaleren. De regering blijft maar sukkelen. En er is geen opositie om hen tot de orde te roepen. Tot nu toe is er geen man of vrouw in staat om op te staan en de concurrentie aan te gaan met Evo. Dit land zit in een visueuze cirkel, want het denkt niet op lange termijn. Het inversteert niet in machines, maar exporteert haar ijzer liever maar andere landen, om later de afgewerkte producten aan veel hogere sommen in te kopen. Het bezit gas, mijnen vol kostbare grondstoffen en massa's vruchtbare grond, maar kan niet zonder de hulp van buitenaf.
Bolivia is als een bedelaar die op een berg goud zit.
Wat betekent deze situatie nu voor mij? Wel, mocht het echt escaleren, mochten ook in Sucre gevechten uitbreken en mocht AFS-internationaal het nodig vinden, dan wordt ik gerepatrieerd. Dan moet ik terugkomen. Een andere mogelijkheid is dat ik voor de rest van mijn jaar naar een ander Zuid-Amerikaans land wordt gestuurd. Beide moglijkheden staan me niet aan. Ik heb hier eindelijk mijn draai gevonden, mezelf teruggevonden na twee maanden die niet altijd even makkelijk waren. Ik wil dit niet nog eens meemaken. Maar nog liever dat dan teruggaan. Het idee om ma amper twee maanden m'n leven hier te moeten opgeven is vreselijk. Ik denk dat ik van dit land ben gaan houden, hoezeer ik België soms ook mis.
Dit is wat er momenteel in Santa Cruz gebeurt. Er zijn gevechten, gewonden, zelfs doden. Alles draait om geld dat er wel is en niet goed wordt besteed. Het land is verdeeld, Evo Morales is de grote boeman. Gisteren heeft hij de Amerikaanse ambassadeur er uit geschopt. Misschien gaat het westen zich nu moeien. Het westen, dat deze regionen graag ziet sukkelen, want het haalt er haar voordeel uit.
Gevechten in Santa Cruz, ondertussen ook in Tarija en in het noorden, maar men blijft kalm. De kranten besteden enkel hun voorpagina en twee pagina's achteraan de krant aan het onderwerp. Men is het gewoon hier. Er zijn de laatste jaren zoveel opstootjes, zoveel blokkades, zoveel protesten geweest. Niemand kijkt op, maar vroeg of laat gaat het hier escaleren. De regering blijft maar sukkelen. En er is geen opositie om hen tot de orde te roepen. Tot nu toe is er geen man of vrouw in staat om op te staan en de concurrentie aan te gaan met Evo. Dit land zit in een visueuze cirkel, want het denkt niet op lange termijn. Het inversteert niet in machines, maar exporteert haar ijzer liever maar andere landen, om later de afgewerkte producten aan veel hogere sommen in te kopen. Het bezit gas, mijnen vol kostbare grondstoffen en massa's vruchtbare grond, maar kan niet zonder de hulp van buitenaf.
Bolivia is als een bedelaar die op een berg goud zit.
Wat betekent deze situatie nu voor mij? Wel, mocht het echt escaleren, mochten ook in Sucre gevechten uitbreken en mocht AFS-internationaal het nodig vinden, dan wordt ik gerepatrieerd. Dan moet ik terugkomen. Een andere mogelijkheid is dat ik voor de rest van mijn jaar naar een ander Zuid-Amerikaans land wordt gestuurd. Beide moglijkheden staan me niet aan. Ik heb hier eindelijk mijn draai gevonden, mezelf teruggevonden na twee maanden die niet altijd even makkelijk waren. Ik wil dit niet nog eens meemaken. Maar nog liever dat dan teruggaan. Het idee om ma amper twee maanden m'n leven hier te moeten opgeven is vreselijk. Ik denk dat ik van dit land ben gaan houden, hoezeer ik België soms ook mis.
zondag 7 september 2008
Eens iets anders
Allemaal goed en wel, zo een jaar naar Bolivia. Je komt in een andere wereld terecht, die, vreemd genoeg, erg op de jouwe lijkt, en toch weer helemaal anders is. Je hebt weekdagen die in elkaar verglijden, weekends van vertier, zwarte honden en ciné-katten. Maar wat doet dat nu eigenlijk met een mens, een jaar in het buitenland?
mijn even thuis in België stel ik me voor als een gigantische zeepbel. Ik leefde binnen in die zeepebel. Al mijn herinneringen worden als een film afgespeeld op de wand. Door een jaar naar het buitenland te gaan ben ik uit die zeepbel gestapt. Ik kan de beelden nog steeds zien, maar ik sta nu buiten wat er in mijn wereld, mijn zeepbel gebeurd. Soms kijk ik verlangend naar die zeepbel, soms ben ik bang dat ze zal knappen. Maar ik weet dat ik hier ook langzaamaan een andere bel rond me heen aan het blazen ben, en dat de wanden zich ook snel zullen vullen met beelden.
Ik ben nu anderhalve maand in Bolivia, en het is niet altijd even makkelijk. De eerste maand is alles nog nieuw en zie je iedere dag wel iets anders. Maar na een tijdje is dat nieuwe er af, verdwijnt het vakantiegevoel en dringt de werkelijheid door: ik ga hier een jaar leven. Het missen begint, iets wat wel weer zal minderen, maar van tijd tot tijd toch de kop zal opsteken.
Het doet dus wel wat met een mens, zo'n jaar in het buitenland. Het is vreemd en een beetje beangstigend om compleet alleen te komen staan en een nieuw leven op te bouwen. Maar nog vreemder is misschien wel hoe snel een mens zich aanpast en dat nieuwe leven daadwerkelijk opbouwt.
Iets anders nu. De foto's. Op deze blog krijg ik niets ge-upload, dus heeft mijn Duitse nichtje voor mij een pagina op facebook aangemaakt. Ik ben er warempel in geslaagd om enkele foto's er op te zetten. Iedere foto duurt zo ongeveer een half uur, dus reken maar uit hoe lang ik als een dwaas naar het scherm heb zitten staren in de hoop dat het zou lukken. (Grapje, ik heb natuurlijk nietde hele tijd voor de PC gezeten, ik ben ook twee keer naar het toilet geweest:D) Er staan nu dus een paar foto's op, zodat jullie beeld van mijn wereld hier wat wordt bijgesteld. Met mondjesmaat weliswaar. Maar ik beloof dat, wanneer ik terugkom, ik een gigantische fotoavond geef met bijbehorende uitleg van mij mezelf.
¡Ciao Bélgica!
mijn even thuis in België stel ik me voor als een gigantische zeepbel. Ik leefde binnen in die zeepebel. Al mijn herinneringen worden als een film afgespeeld op de wand. Door een jaar naar het buitenland te gaan ben ik uit die zeepbel gestapt. Ik kan de beelden nog steeds zien, maar ik sta nu buiten wat er in mijn wereld, mijn zeepbel gebeurd. Soms kijk ik verlangend naar die zeepbel, soms ben ik bang dat ze zal knappen. Maar ik weet dat ik hier ook langzaamaan een andere bel rond me heen aan het blazen ben, en dat de wanden zich ook snel zullen vullen met beelden.
Ik ben nu anderhalve maand in Bolivia, en het is niet altijd even makkelijk. De eerste maand is alles nog nieuw en zie je iedere dag wel iets anders. Maar na een tijdje is dat nieuwe er af, verdwijnt het vakantiegevoel en dringt de werkelijheid door: ik ga hier een jaar leven. Het missen begint, iets wat wel weer zal minderen, maar van tijd tot tijd toch de kop zal opsteken.
Het doet dus wel wat met een mens, zo'n jaar in het buitenland. Het is vreemd en een beetje beangstigend om compleet alleen te komen staan en een nieuw leven op te bouwen. Maar nog vreemder is misschien wel hoe snel een mens zich aanpast en dat nieuwe leven daadwerkelijk opbouwt.
Iets anders nu. De foto's. Op deze blog krijg ik niets ge-upload, dus heeft mijn Duitse nichtje voor mij een pagina op facebook aangemaakt. Ik ben er warempel in geslaagd om enkele foto's er op te zetten. Iedere foto duurt zo ongeveer een half uur, dus reken maar uit hoe lang ik als een dwaas naar het scherm heb zitten staren in de hoop dat het zou lukken. (Grapje, ik heb natuurlijk nietde hele tijd voor de PC gezeten, ik ben ook twee keer naar het toilet geweest:D) Er staan nu dus een paar foto's op, zodat jullie beeld van mijn wereld hier wat wordt bijgesteld. Met mondjesmaat weliswaar. Maar ik beloof dat, wanneer ik terugkom, ik een gigantische fotoavond geef met bijbehorende uitleg van mij mezelf.
¡Ciao Bélgica!
Abonneren op:
Posts (Atom)